Inleiding
Stel u hebt een geweldige uitvinding gedaan waarop u vervolgens octrooi hebt aangevraagd. Als u het object volgens de vinding niet zelf wilt (laten) produceren en verkopen dan zijn er in principe 3 opties n.l.: het octrooi 'op de plank laten liggen', het octrooi verkopen of, een of meer, licenties verlenen voor het gebruik van uw octrooi.
Het octrooi op de plank laten liggen, kost meestal geld, terwijl het verkopen of licentiëren geld kan opleveren of op een andere wijze voordelen kan opleveren voor de licentiegever. Het is dan ook verwonderlijk dat het gros van alle octrooien op geen enkele wijze wordt benut.

Wat is een licentie?
Een octrooilicentie, waartoe dit korte artikel zich beperkt, geeft iemand het recht gebruik te maken van een uitvinding die door een octrooi wordt beschermd.
Met name voor bedrijven is het belangrijk strategische afwegingen te maken voordat wordt besloten aan een andere partij een licentie te verlenen.
Voor de volledigheid dient te worden vermeld dat licenties niet beperkt zijn tot octrooien. Ook voor het gebruik van geregistreerde merknamen wordt dikwijls een licentie verleend.

Licentievergoeding
De hoogte van licentievergoedingen wordt net als de prijs van de meeste producten en diensten in principe bepaald door marktwerking. In onze adviespraktijk komen wij meestal octrooihouders tegen die de marktwaarde van hun octrooi en daarmee de haalbaar geachte hoogte van de licentievergoeding sterk overschatten. Het tegenovergestelde komt echter ook weleen voor; een licentiegever die een vergoeding voorstelt die zelfs ontoereikend is voor het betalen van de taksen voor het instandhouden van zijn octrooi.
Bij het vaststellen van de hoogte van de gewenste licentievergoeding dient de licentiegever rekening te houden met vragen zoals (in willekeurige volgorde):

  • Wordt er een exclusieve licentie verleend?
  • Is de vinding een product voor een markt met veel concurrentie?
  • Wat is de voor de licentienemer haalbaar geachte verkoopprijs van het in licentie te vervaardigen product?
  • Hoe sterk is het betreffende octrooi?
  • Welke bedragen heeft de licentiegever geïnvesteerd om tot de vinding en het octrooi te komen?
  • Wat voor soort garanties wil de licentienemer van de licentiegever?
  • Wie betaalt de kosten van eventuele rechtszaken indien derden inbreuk maken op het octrooi?
  • Wie betaalt de instandhoudingstaksen?
  • Welke marktvergroting en/of kostenbesparing kan de licentienemer dankzij de licentie realiseren?

In het bovenstaande is slechts een deel van de te beantwoorden vragen weergegeven, ter illustratie van de vereiste exercitie.
De licentievergoeding bestaat meestal uit een bedrag ineens en een percentage van de verkoop- of kostprijs van het in licentie vervaardigde product. Deze laatste component van de vergoeding wordt ook wel royalty genoemd. Het bedrag ineens wordt meestal direct na ondertekening van het licentiecontract betaald en wordt dikwijls verrekend met de later te ontvangen royalty.
Soms proberen licentienemers te bedingen dat de vergoeding wordt gebaseerd op de winst die met het in licentie vervaardigde product wordt behaald. Licentiegevers doen er verstandig aan een dergelijke voorwaarde niet te accepteren. De winst kan door de licentienemer door middel van ondoorzichtigde kostenstructuren kunstmatig worden verlaagd.

Licentiecontract 
Het zal duidelijk zijn dat in het licentiecontract diverse zaken goed moeten worden vastgelegd, zoals: gegevens van de betrokken partijen, eenduidige omschrijving van het licentieobject, het geografische gebied waarvoor de licentie wordt verleend, de looptijd van de overeenkomst, de wijze en frequentie van betaling van de licentievergoedingen, enz.
Het past niet binnen het kader van dit korte artikel om uitgebreid in te gaan op de inhoud van een licentiecontract. Eén heel belangrijk aspect verdient echter wel nadere vermelding. Op het punt van de looptijd hebben wij regelmatig ernstige tekortkomingen geconstateerd in licentiecontracten. In veel gevallen worden contracten gesloten met een looptijd van X jaren zonder dat de licentiegever de mogelijkheid wordt geboden de overeenkomst tussentijds op te zeggen indien de licentienemer niet aan bepaalde omzetdoelstellingen voldoet en zonder de verplichting voor de licentienemer om jaarlijks een minimumbedrag aan licentevergoedingen te betalen. Het is in die gevallen geen uitzondering dat de licentienemer de licentie slechts gebruikt om het door het octrooi beschermde product uit handen van concurrenten te houden en er zelf ook geen direct gebruik van maakt (bijvoorbeeld om een nog goed lopend eigen product niet te hoeven kannibaliseren). Het gevolg is wel dat de licentiegever geen royalty ontvangt en daar niets tegen kan doen. Het advies is derhalve om als licentiegever nooit een licentiecontract te sluiten zonder een jaarlijks te betalen minimale licentievergoeding en/of zonder de mogelijkheid van een tussentijdse beëindiging bij tegenvallende omzetten daarin op te nemen. Vooral voor exclusieve licenties zijn dergelijke clausules van cruciaal belang.